Met de paleontologische tentoonstelling „überLeben“ kunnen liefhebbers van de prehistorie een reis maken door de prehistorische werelden van Noordrijn-Westfalen: in Essen, Münster en Detmold laten drie grote musea in een locatieoverschrijdende tentoonstelling zien hoe het leven, het klimaat en de landschappen in de loop van miljoenen jaren zijn veranderd.
In Essen vertelt het Ruhr Museum op het UNESCO-werelderfgoed Zollverein van 20 april 2026 tot 10 januari 2027 over het overleven in de ijstijd: Meer dan 350 tentoonstellingsstukken, animaties en modellen laten zien hoe dieren, planten en mensen reageerden op koude en warme periodes. Of het nu gaat om mammoeten, nijlpaarden aan de Rijn of vroege mensensoorten, ze waren allemaal onderhevig aan klimaatschommelingen. De tentoonstelling slaat een brug naar het heden en vraagt zich ook af hoe levende wezens vandaag de dag omgaan met de klimaatverandering.
In Münster wijdt het LWL-Museum voor Natuurkunde zich daarentegen van 10 juli 2026 tot en met 5 september 2027 aan de dinosaurussen in Noordrijn-Westfalen, prehistorische bossen, riffen en zeeën. Bezoekers komen hier bijvoorbeeld meer te weten over de Wiehenvenator, een geslacht van theropode dinosaurussen uit de groep van de Megalosauridae uit het Midden-Jura van Duitsland. De Wiehenvenator albati werd vanwege zijn grote, gebogen tanden ook wel „het monster van Minden“ genoemd en behoort tot de grootste bekende roofdinosaurussen van Europa.
Het derde hoofdstuk van de regionale tentoonstelling leidt ten slotte naar Detmold, waar het Lippische Landesmuseum van 26 september 2026 tot 4 april 2027 met „Walheimat Urmeer“ laat zien dat grote delen van het huidige Noordrijn-Westfalen ooit bedekt waren door een warm ondiep zeegebied. Centraal staan fossiele walvissen, zeekoeien en zeehonden – waaronder de ongeveer 6,5 meter lange Kervenheimer-walvis uit Kevelaer, een belangrijke vondst voor de geologie van de Nederrijnse Bocht.